De Mini Countryman: stoer als twee- of vierwielaandrijver.
De 'landlord' van Mini
Mini heeft tegenwoordig een heuse SUV-uitvoering, de Countryman. Een naam die associaties oproept met een Engelse of Schotse 'landlord', compleet met tweed jasje, manchester broek, geruite pet en pijp. De Mini Countryman is echter minder bezadigd dan een landlord. Hij komt namelijk met vijf motoren op de markt, waarvan twee diesels. Standaard krijgt 'ie airco, radio/cd speler, zes airbags en een Center Rail mee. Dat laatste is een aardig doch praktisch gadget: een rail die over de middentunnel van voor naar achter loopt en waarop allerlei bakjes en vakjes geklikt kunnen worden.
Zakelijke rijders zullen blij zijn, want de One, de One D en de Cooper D vallen onder de twintig procent bijtellingsklasse. Wat motoren betreft is er niets nieuws onder de zon. Het instapmodel Countryman One krijgt een 98 pk sterke benzinetor mee en kost 24.460 euro kost. De volgende op rij is de Cooper met 122 pk, waarvoor 28.065 euro neergeteld moet worden. De Cooper S met 184 pk verlaat het rostrum voor 34.025 euro. Vierwielaandrijving ALL4 is als optie verkrijgbaar op de Cooper S. Uiteraard vergt dat een meerprijs en in dit geval hebben we het dan over 2.390 euro. Dan komen we aan bij de dieselaars onder ons. Zij kunnen kiezen uit de One D met 90 paarden op stal en de Cooper D, die de voetjes van 112 paarden over de country laat roffelen. Hoe toepasselijk. Daar horen ook prijzen bij en die bedragen in dit geval respectievelijk 27.680 euro en 31.095 euro. Ook hier bouwt Mini desgewenst ALL4 op en in dat geval is 34.105 euro aan de dealer verschuldigd.